Aandachtspunt 10. Test!

Uit ArchiefWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Fase 4: Realisatie en implementatie[bewerken]

De realisatie is het traject naar een technisch en organisatorisch werkend product. Het resultaat is een operationeel product. Dit traject kan verschillen bij ‘off the shelf’ pakketten en ‘op maat’ gemaakte producten.De implementatie is het opleveren van een operationeel product en de invoering daarvan binnen de eigen organisatie gebeurt in een implementatietraject.


Aandachtspunt 10. Test![bewerken]

Stel een goed testplan op met heldere acceptatiecriteria. Werk bij voorkeur met eigen (eventueel beperkte) datasets. Voer deze zo snel mogelijk uit en geef hierover direct feedback naar de leverancier.

Vergeet ook de noodzakelijke gebruikerstesten niet. Laat de toekomstige gebruikers los op de opgeleverde software of gebruik een afvaardiging van de gebruikers. Laat de leverancier een systeemtestrapport opleveren bij elke release voordat er intern getest wordt. Maak ook afspraken over een “bug tracking system” voor het vastleggen van bevindingen en maak hierbij afspraken over de mogelijke typen en zwaarte van de bevindingen (bugs).


Acceptatietest
Voor oplevering van de software moet een acceptatietest uitwijzen of de software doet wat het moet doen. (Zo'n test maakt deel uit van het OTAP-proces.). De acceptatietest wijst uit of de software voor de gebruiker voldoet aan de geformuleerde wensen en eisen en/of use-cases. De acceptatietest legt problemen bloot in het gebruik die eerder nog niet gevonden zijn. Als functionele of technische eisen onduidelijk zijn geformuleerd, dan komt dat in deze fase aan het licht. Een bijkomend voordeel is dat een deel van de gebruikers al thuis raakt in het gebruik en dat een eventuele trainingsbehoefte ingeschat kan worden.

Een productieacceptatietest bepaalt of de software binnen de productieomgeving voldoende presteert en geen onderdelen verstoort (hindert de applicatie geen andere systemen, bijvoorbeeld door een (te) groot deel van de beschikbare bronnen te gebruiken?).

De functioneel beheerder van een systeem voert een beheeracceptatietest uit. Het doel van deze test is om te bepalen of het systeem voldoende ondersteund kan worden. Belangrijk hierbij is de bijgeleverde documentatie. Is het systeem te wijzigen? Ook door een andere leverancier? Kan de data betrekkelijk eenvoudig worden gemigreerd naar een ander systeem?

Voldoet het opgeleverde systeem niet aan een, twee of alle acceptatietests, koppel dat dan terug met de leverancier. Als je als opdrachtgever met de leverancier samen duidelijke afspraken hebt gemaakt over de use-cases en/of acceptatiecriteria kan dat op een betrekkelijk eenvoudige manier.

Na elke aanpassing door de leverancier test je alle onderdelen opnieuw. Soms heeft aanpassing van het ene onderdeel ook consequenties voor het andere onderdeel. Denk daar niet te licht over; softwareproducten kunnen complex in elkaar zitten.

Geef opnieuw feedback over de testresultaten en geef pas groen licht over de oplevering als alle onderdelen functioneren zoals afgesproken. Een zakelijke houding levert hier de beste resultaten op en voorkomt dat je in slepende en soms kostbare reparatietrajecten terecht komt.

Volgend aandachtspunt[bewerken]

>> Door naar Fase 4 - Aandachtspunt 11. Plan de oplevering en implementatie