Archieftermen

Uit ArchiefWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Een overzicht van de termen in de Archiefterminologie. Archieftermen voor gebruik in het Rijksarchief: Archieftermen1990

Woord vooraf

Iedere wetenschappelijke discipline heeft behoefte aan een accurate vaktaal. Ook in archiefkringen werd steeds meer de noodzaak aangevoeld om de vertrouwde termen en begrippen eens kritisch onder de loepen te nemen en, waar nodig, deze opnieuw te formuleren. Nieuwe concepten inzake archiefbeleid en -beheer noopten eveneens tot het introduceren van nieuwe termen. Aldus weerspiegelen zowel de keuze als de omschrijving van de inhoud der termen een toekomstig archiefbeleid. Door zijn publikatie als mededeling nr. 74 heeft de onderhavige archiefterminologie meteen ook een regelgevend karakter voor het Belgische Rijksarchief.

Gelukkig hoefde niet alles van de grond af opgebouwd. In Nederland werd op het stuk van de archiefterminologie ware pioniersarbeid verricht. De Nederlandse Archiefterminologie uit 1962 van de hand van Van der Gouw, Hardenberg en Van Hoboken stelde meteen de norm voor de hoge eisen die aan een terminologische handboek dienden te worden gesteld. De tweede, al even hoogstaande realisatie van de Nederlandse Vereniging van Archivarissen uit 1983, met name het Lexicon van Nederlandse Archieftermen, beperkte de keuze der termen tot deze die direct verband hielden met de eigenlijke inventarisatiewerkzaamheden. De invalshoek van zowel de Nederlandse Archiefterminologie als van het Lexicon werd in aanzienlijke mate verruimd in de door de International Council on Archives in 1984 gepubliceerde Dictionary of Archival Terminology/Dictionnaire de terminologie archivistique. Naast omstandige definities in het Engels en het Frans geeft dit meertalige woordenboek ook een vertaling in het Nederlands. Hoewel aan de redactie van het internationale woordenboek een ruime raadpleging, o.m. ook in België, was voorafgegaan, bleven er toch nogal wat bezwaren aan kleven. Bij tal van definities kon men min of meer belangrijke verschillen tussen de Angelsaksische en de Franse termen vaststellen. De Franse archiefterminologie tenslotte kreeg in 1986 gestalte in een Vocabulaire des archives, dat in het raam van het Franse Instituut voor Normalisatie was ontstaan.

Indien men de betekenis van archieftermen uit de Verenigde Staten, Engeland, Frankrijk en Nederland met elkaar vergelijkt, kan men vaststellen dat de archiefterminologie een zeer nauwe band heeft met de staatsrechtelijke realiteit en de historisch gegroeide tradities van de afzonderlijke landen. Een letterlijke overname of vertaling zou dus enkel tot grotere verwarring leiden. Een eigen Nederlandse en Franse archiefterminologie voor gebruik in het Belgisch archiefwezen leek uiteindelijk nog de meest aangewezen weg. Bij het opstellen van de archiefterminologie werd elk particularisme geweerd. Niettemin dienden wij ons voor de termen in verband met de openbaarheid, raadpleegbaarheid en de overdracht van archieven te houden aan de bewoordingen van de Archiefwet van 1955. Voor het overige hielden wij ons strikt aan de Nederlandse standaardtaal. In vele gevallen konden de definities woordelijk of met lichte aanpassingen worden overgenomen uit de Nederlandse lexica. Indien de termen daar ontbrak, werd het Dictionary of Archival Terminology en het Vocabulaire des archives te hulp geroepen. De grondslag van de geduldige vergelijkingswerk werd gelegd door Mevrouw Coppejans-Desmedt in haar Grondbegrippen en terminologie dat in 1988 verscheen in de reeks Miscellanea archivistica. Manuale Preprint 3, waarvoor zij eens te meer een eresaluut verdient. Met veel nut werd ook het sedert 1986 verschijnende Archiefbeheer in de praktijk gedepouilleerd. Zonder al deze hulpwerken en modelstudies zou de samenstelling van een lexicon van archieftermen voor gebruik in het Belgisch Rijksarchief nog lang niet in zijn eindfase zijn aanbeland.

Het samenstellen van een terminologie is per definitie een collectief werk. Op 18 januari 1989 werd door mij een eerste werkgroep samengeroepen, bestaande uit H. Coppejans-Desmedt, H. Coppens, M. Deridder-Schodts, C. Douxchamps-Lefèvre, G. Janssens (secretaris), R. Petit, J. Pieyns, I. Schoups en C. Vleeschouwers. Daar de taal bij het nauwkeurig formuleren van definities een bijzondere rol speelt, werden de werkzaamheden, na verkennende besprekingen, opgesplitst in twee groepen. De Commissie Nederlandse Archiefterminologie, samengesteld uit de Nederlandstalige leden van de oorspronkelijke werkgroep, behandelde de termen die werden verzameld door H. Coppens (beheer en inventarisatie), M. Deridder-Schodts (juridische termen) en G. Janssens (documentatieterminologie) en door mijzelf (algemene termen, grondbegrippen). De termen in verband met de redactionele en de uiterlijke vorm van archiefbescheiden werden onderzocht door een commissie ad hoc, waarin de leden van de vaste commissie werden versterkt met G. Asaert, M. Nuyttens, W. Simons, M. Vandermaesen (secretaris), H. Van Isterdael, M. Therry, J. Verschaeren en A. Zoete. Door een kleine werkgroep onder mijn leiding en bestaande uit H. Coppens, M. Deridder-Schodts, I. Schoups en C. Vleeschouwers werden de termen nog eens kritisch doorgelicht. Alle leden van het wetenschappelijk personeel van het Rijksarchief kregen tijdens de lessencyclus 1990 de gelegenheid er hun oordeel over uit te spreken. Met hun opmerkingen werd in ruime mate rekening gehouden. E. Aerts, G. Maréchal, M. Therry en J. Verhelst bezorgden bovendien hun schriftelijk commentaar. H. Coppens verzorgde de eindredactie, hierin bijgestaan door M. De Belder, die een groot deel van het materiële werk voor haar rekening nam.

De hier gepresenteerde terminologie is nog niet compleet. Een van de uitgangspunten was dat de opgenomen termen uitsluitend in de standaardtaal zouden worden vermeld. Niettemin is er grote behoefte aan een verklarende woordenlijst van oude termen en van termen in gewesttaal. Dit lexicon van historische terminologie zal in het Rijksarchief worden bijgehouden onder de vorm van een regelmatig bij te werken databank. Te gelegener tijd zal het bijeengebrachte materiaal worden gepubliceerd.

In de navolgende lijst ontbreken eveneens de termen in verband met het materieel beheer van de archiefbescheiden en met de archiefgebouwen en hun inrichting. Dit manco zal in een eerlang te publiceren tweede deel worden weggewerkt.


Ernest Persoons Algemeen Rijksarchivaris

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Projecten
Hulpmiddelen
Delen