Artikel 36 Archiefregeling 2009

Uit ArchiefWiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Tekst[bewerken]

Artikel 36. Algemene milieu- en klimaatvoorschriften

  1. In een archiefruimte of archiefbewaarplaats bevinden zich geen materialen, apparaten of stoffen die:
    a. de temperatuur en de luchtvochtigheid nadelig kunnen beïnvloeden;
    b. verontreiniging kunnen verspreiden;
    c. insecten of micro-organismen kunnen aantrekken; of
    d. archiefbescheiden op een andere wijze kunnen beschadigen of de degradatie ervan bevorderen.
  2. Niet toegestaan zijn bouw- en afwerkmaterialen waaruit schadelijke gassen kunnen vrijkomen of die op andere wijze schade aan de archiefbescheiden kunnen veroorzaken of waarvan een redelijk vermoeden bestaat dat zij in de toekomst schade kunnen veroorzaken.


Toelichting[bewerken]

Voorbeelden van materialen en apparaten die risico’s met zich brengen, zijn (onbehandelde) houten stellingen, houtvezelplaten, afgedankt meubilair, kantoorvoorraden, printers, kopieerapparaten en papierversnipperaars. Computer vormen in beginsel geen risico, voor zover deze buiten kantooruren spanningsvrij worden gehouden. Transportmiddelen met elektromotor vormen in beginsel geen risico, voor zover deze buiten bedrijfstijd buiten de archiefruimte zijn opgesteld. Fotomateriaal op acetaatfilm moet afzonderlijk bewaard worden, net als dat op nitraatfilm. Beide typen verspreiden gassen die schadelijk zijn voor andere archiefbescheiden. Nitraat is bovendien zeer brandgevaarlijk en explosief. Nitraatfilm is gebruikt voor alle fotografische toepassingen tot in het begin van de jaren vijftig. Bij het gebruik van kunststof materialen moet de nodige voorzichtigheid in acht worden genomen. In voorkomende gevallen kan het aangewezen zijn dat de zorgdrager bij de leverancier bedingt dat deze de deugdelijkheid van de te leveren materialen aantoont. Gelet op de regelgeving daaromtrent mogen producenten materialen emissievrij noemen, als deze volgens voorschriften voor de gezondheid van mensen onschadelijk worden geacht. De normen voor de luchtkwaliteit voor de bewaring van archiefbescheiden zijn echter veel hoger (zie artikel 51, eerste lid). De kwalificatie ‘emissievrij’ is voor wat betreft de bewaring van archiefbescheiden dus onvoldoende als waarborg voor deugdelijkheid.

Opmerkingen[bewerken]

vorige:
Artikel 35
Archiefregeling 2009
H4 Algemene voorschriften voor de bouw en inrichting van archiefruimten en -bewaarplaatsen
§3 Voorschriften voor een gunstig milieu en klimaat
volgende:
Artikel 37