Artikel 58 Archiefregeling 2009

Uit ArchiefWiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Tekst[bewerken]

Artikel 58. Overgangsrecht hoofdstuk 3

  1. Artikel 19, tweede lid, is niet van toepassing op archiefbescheiden die zijn ontvangen of opgemaakt voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling en, voor zover het digitale archiefbescheiden betreft, waaraan of waarin sinds dat tijdstip geen gegevens zijn toegevoegd onderscheidenlijk zijn gewijzigd.
  2. De artikelen 21, 22, aanhef en onderdeel b, en 24 zijn niet van toepassing op digitale archiefbescheiden in digitale bestanden ontvangen of opgemaakt in de periode, gelegen tussen 31 december 2003 en het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, waaraan of waarin sinds laatstbedoeld tijdstip geen gegevens zijn toegevoegd onderscheidenlijk zijn gewijzigd.
  3. Hoofdstuk 3 is niet van toepassing op digitale archiefbescheiden die zijn ontvangen of opgemaakt voorafgaand aan 1 januari 2004, waaraan of waarin sinds die datum geen gegevens zijn toegevoegd onderscheidenlijk zijn gewijzigd.
  4. Op digitale archiefbescheiden als bedoeld in het derde lid blijven de bepalingen van de Regeling geordende en toegankelijke staat archiefbescheiden, zoals die luidde voor inwerkingtreding van deze regeling, van toepassing, met dien verstande dat in afwijking van die bepalingen toepassing wordt gegeven aan:
    a. artikel 25 van deze regeling, indien een gerede kans bestaat dat dergelijke archiefbescheiden als gevolg van wijziging van besturingsprogrammatuur, toepassingsapparatuur of apparatuur niet binnen een redelijke termijn leesbaar of waarneembaar te maken zijn; en
    b. artikel 26 van deze regeling, indien niet kan worden voldaan aan artikel 6 van de Regeling geordende en toegankelijke staat archiefbescheiden, zoals die luidde voor inwerkingtreding van deze regeling.
  5. De voor de inwerkingtreding van deze regeling op grond van artikel 10, vierde lid, van de Regeling geordende en toegankelijke staat archiefbescheiden, zoals die luidde voor inwerkingtreding van deze regeling, verleende ontheffingen blijven van kracht.

Toelichting[bewerken]

Van zorgdragers kan in redelijkheid niet worden gevergd om metadata als bedoeld in artikel 19, tweede lid, toe te voegen aan alle reeds onder hem berustende archiefbescheiden. Daarom is in artikel 59, eerste lid, bepaald dat dit voorschrift niet van toepassing is op archiefbescheiden die zijn ontvangen of opgemaakt voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling en, voor zover het digitale archiefbescheiden betreft, waaraan of waarin sinds dat tijdstip geen gegevens zijn toegevoegd onderscheidenlijk zijn gewijzigd.
De artikelen 21, 22, aanhef en onderdeel b, en 24 bevatten andere eisen dan die in de Regeling geordende en toegankelijke staat archiefbescheiden. Van zorgdragers kan in redelijkheid niet worden gevergd dat deze worden toegepast op digitale archiefbescheiden in digitale bestanden ontvangen of opgemaakt in de periode, gelegen tussen 31 december 2003 en het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, waaraan of waarin sinds laatstbedoeld tijdstip geen gegevens zijn toegevoegd onderscheidenlijk zijn gewijzigd. Het tweede lid van artikel 58 regelt in dezen het relevante overgangsrecht.
In het derde tot en met het vijfde lid is een regeling getroffen voor de zogenaamde ‘legacy’-bestanden van artikel 10, eerste lid, van de Regeling geordende en toegankelijke staat archiefbescheiden, alsmede alle overige digitale archiefbescheiden in digitale bestanden die voorafgaand aan 1 januari 2004 (dit is de datum waarop de artikelen 2, 4, 5, 6 en 8 van die regeling voor het eerst van toepassing werd op andere dan de ‘legacy-bestanden’) zijn ontvangen of opgemaakt en waaraan of waarin sinds die datum geen gegevens zijn toegevoegd onderscheidenlijk zijn gewijzigd. Op die bestanden blijven de voorschriften van de Regeling geordende en toegankelijke staat archiefbescheiden grotendeels van toepassing.


Opmerking[bewerken]

vorige:
Artikel 57
Archiefregeling 2009
H8 Slot- en overgangsbepalingen
volgende:
Artikel 59