Artikel 5 Regeling bouw en inrichting archiefruimten en archiefbewaarplaatsen

Uit ArchiefWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

deze regeling vervallen per 1 april 2010

Tekst[bewerken]

Artikel 5.

  1. De relatieve luchtvochtigheid in een archiefruimte waarin alleen papieren archiefbescheiden worden bewaard kan variëren tussen 30 en 55% en de temperatuur tussen 16 en 20°C; een overschrijding tot 25°C tijdens maximaal 10 etmalen per jaar is toegestaan.
  2. De archiefruimte is voorzien van een thermometer en een hygrometer. Haarhygrometers zijn niet toegestaan. Alle meetapparatuur wordt regelmatig gecontroleerd op juiste werking en aanwijzing.
  3. De luchtinhoud van de archiefruimte wordt tenminste één maal en niet meer dan vier maal per 24 uur ververst.
  4. Op de bewaring van archiefbescheiden in andere vorm dan papier zijn de artikelen 32 en 38 van overeenkomstige toepassing.

Toelichting[bewerken]

Eerste lid.
Zie bij het algemeen deel van de toelichting voor de redenen om minder strenge regels vast te stellen voor papier dan die welke in de archiefbewaarplaats als omschreven in artikel 32 gelden. In het algemeen zal met een soepeler regeling minder koeling en geen bevochtiging behoeven te worden toegepast. Andere materialen dan papier zijn gevoeliger voor de klimaatomstandigheden en de wisselingen daarin en daarom moeten zij wel onder stringente condities worden bewaard; dit betreft bijvoorbeeld moeder- en masterfilms van microfilmtoepassingen en andere fotografische materialen.

Tweede lid.
Zie hiervoor de toelichting bij artikel 41.


vorige:
Artikel 4
Regeling bouw en inrichting archiefruimten en archiefbewaarplaatsen
H2 Archiefruimten
§4. Klimaat
volgende:
Artikel 6