Handschriften

Uit ArchiefWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Omschrijving[bewerken]

Archiefterminologie[bewerken]

Handschriften zijn:

  • a. geschreven boeken uit de Middeleeuwen, de zogenaamde codices;
  • b. losse documenten, die met de hand of een schrijfmachine zijn geschreven, de manuscripten.

Commentaar

  • Hoewel archivarissen een strikt onderscheid hanteren tussen archiefbescheiden en niet-archiefbescheiden, waaronder met de hand geschreven documenten, is dit laatste begrip in geen enkele archiefterminologie gedefinieerd.
  • Gewoonlijk worden losse documenten, als zij, na onderzoek, beschouwd worden niet tot het archief te behoren, waarin ze zijn aangetroffen, uit dat archief verwijderd. Ze worden dan óf naar een ander archief overgebracht, al dan niet in dezelfde archiefbewaarplaats, óf naar een bibliotheek, ter opneming in een bijzondere collectie, dan wel opgenomen in een afzonderlijke collectie handschriften binnen de eigen archiefbewaarplaats.
  • Een collectie handschriften, soms benamingen hebbend als collectie kleine aanwinsten, losse aanwinsten, verspreide charters, handschriftenverzameling, bestaat meestal uit:
    • geschreven geschiedwerken (kronieken);
    • gedichten, preken, bladmuziek;
    • manuscripten (kopij) voor en afschriften van drukwerken;
    • schrijfoefeningen, kalligrafieën;
  • als ook eigenlijke archiefbescheiden:
    • losse stukken als brieven, aantekeningen, memories, dagboeken en akten, die niet (meer) tot enig archief te herleiden zijn en meestal van particuliere herkomst zijn;
    • restanten van verloren gegane archieven;
    • min of meer complete "mini-archiefjes", meestal niet meer bevattend dan een deeltje met notulen, wat brieven en enkele andere stukken;
    • kaarten en tekeningen.
  • Aan deze handschriftencollecties wordt vaak ook andersoortig materiaal toegevoegd, zoals:
  • Codices zal men in dergelijke collecties in archiefbewaarplaatsen zelden aantreffen.
  • In vrijwel elke archiefbewaarplaats kan men een of meer van dergelijke collecties aantreffen.


Handleiding voor het ordenen en beschrijven van archieven (1898)[bewerken]

Men onderscheide scherp tusschen archiefstukken en handschriften'. Tot de laatsten behooren rechtsboeken, stedebeschrijvingen, verzamelboeken, oorkonden, kaarten enz., die aan particulieren hebben behoord.

Toelichting

  • Men vindt in een archief verschillende soorten van stukken, die daar niet behooren:
    • 1°. stukken, die wel behooren tot een archief, maar niet tot het onderhavige archief, b.v.
      • — waterschaps- en kerkarchieven, dikwijls in de archieven van dorpen gedeponeerd, omdat de functies van schepen, heemraad en kerkmeester in denzelfden persoon waren vereenigd,
      • — de archieven der grondvergaderingen en andere commissies uit den revolutietijd, die na hare ontbinding ten slotte dikwijls op de gemeentehuizen zijn gedeponeerd,
      • — stukken betreffende posten, door de secretarissen van het betrokkene bestuur buiten hun eigenlijk ambt bekleed;
    • 2°. stukken, die in het geheel niet tot een archief behooren, maar door het bestuur, waarvan het archief afkomstig is, zijn aangekocht, b.v.
      • — wetboeken, handleidingen voor de administratie, bijbels en andere stukken, bestemd om te dienen als hulpmiddelen bij het uitoefenen der bestuurstaak,
      • — private handschriften van historischen aard, bestemd om de geschiedenis van het betrokkene bestuur, zoo die uit den inhoud van het archief onvolledig blijkt, door volgende beheerders beter te doen kennen;
    • 3°. stukken, die bestemd waren om eene plaats in het archief in te nemen of verzonden te worden, doch ongebruikt zijn gebleven, b.v.
      • — pakken gedrukte plakkaten, oningevulde staten, tabellen, formulieren en ander materiëel.
  • De omstandigheid, dat handschriften en particuliere oorkonden aan het archief van eene provincie of stad door een particulier of eene corporatie zijn geschonken, wettigt niet hunne opneming in het archief. Men kan het feit der plaatsing van die handschriften en particuliere oorkonden, niet in het archief, doch in de bibliotheek (zie § 66), duidelijkheidshalve aanteekenen op den geleibrief, waarbij de schenking wordt aangeboden, welke brief natuurlijk in het archief behoort.
  • Eene uitzondering is natuurlijk te maken ten opzichte van die stukken, welke vroeger tot het archief hebben behoord, een tijdlang in handen van particulieren zijn geweest en nu weer door schenking of aankoop tot het archief terugkeeren (zie § 36).

Overgenomen uit


Relaties[bewerken]

UF:

BT:

NT:

RT:

Externe verwijzingen[bewerken]

Voorbeeld[bewerken]