Indiceren

Uit ArchiefWiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen



Internationale terminologie[bewerken]

Omschrijving[bewerken]

Archiefterminologie[bewerken]

Archiefterminologie voor Nederland en Vlaanderen (2003)[bewerken]

Het vervaardigen van een index heet indiceren of indexeren.

Zie Index.

Bron

  • ANV, lemma 142.


Handleiding voor het ordenen en beschrijven van archieven (1898)[bewerken]

Bij het samenstellen van de alphabetische indices (indiceren) van persoonsnamen, die de regestenlijsten behooren te vergezellen, houde men het volgende in het oog:

  • a. Persoonsnamen moeten bij voorkeur naar de familienamen, bij gebreke van dien naar de titulaturen, zoo ook die ontbreken, naar de voornamen worden gealphabetiseerd.
  • b. Nederlandsche familienamen zijn te alphabetiseeren op den klank af, volgens de uitspraak; letters, die niet worden uitgesproken, zijn als niet geschreven te beschouwen.
  • c. Buitenlandsche familienamen zijn te alphabetiseeren volgens de oorspronkelijke spelling, zoo die met zekerheid blijkt.
  • d. Voornamen zijn te alphabetiseeren volgens de in de regestenlijst meest voorkomende spelwijze onder inachtneming van het sub b opgemerkte.
  • e. Familie- en voornamen van gelijken oorsprong behooren in den index bij elkander te worden geplaatst.

Toelichting

  • Oorspronkelijk had ieder mensch slechts één naam; later ontstond de behoefte de verschillende individuen met denzelfden naam onderling te onderscheiden. Dit geschiedde eerst door het toevoegen van den vadersnaam, later door het aannemen van een familienaam, waardoor het gebruik van den vadersnaam langzamerhand overbodig werd. Deze ontwikkeling is zeer geleidelijk geweest. In de middeleeuwen voerden slechts weinige personen een familienaam, bij het invoeren van den burgerlijken stand waren er nog enkelen, die er geen hadden.
  • Waarop: op voornaam, familienaam of vadersnaam moet men nu een persoonsnaam in den alphabetischen index opnemen? De indices, die in de 15e, 16e en 17e eeuw zijn aangelegd, alphabetiseeren uitsluitend op den voornaam, ongetwijfeld omdat iedereen een voornaam en niet iedereen een familienaam had. Het toevoegen van den vadersnaam heeft niet ten gevolge gehad, dat er in de alphabetische indices verandering plaats greep, het algemeen worden van familienamen wel. Dit laat zich ook gereedelijk verklaren. Het patronymicum diende uitsluitend om lieden van denzelfden voornaam onderling te onderscheiden. Alle personen, die Jan heetten, vormden als het ware eene categorie, onderscheiden in Jan's, wier vader Pieter, Jan's, wier vader Klaas heette enz. Zoolang alle familienamen niet anders waren dan persoonlijke bijnamen, hadden zij hetzelfde doel: Jan de Bakker en Jan de Snijder onderscheidden twee personen, even goed als Jan Pietersen en Jan Klaassen. Maar toen Bakker en Snijder erfelijke familienamen waren geworden (hetzelfde geldt natuurlijk van tot familienamen gewordene patronymica), veranderde de verhouding. De familienaam werd de terme générique, en de voornaam dient thans uitsluitend om individuen, die tot dezelfde familie behooren, onderling te onderscheiden. Hieruit volgt, dat men in een alphabetischen index alle personen, die denzelfden familienaam voeren, bij elkander moet voegen, hunne voornamen onderscheiden hen dan onderling; terwijl men daarentegen personen, die geen familienaam voeren, volgens de voornamen moet bijeenvoegen, hunne vadersnamen onderscheiden hen dan nader onderling. Maar men ordene de namen niet naar de patronymica, omdat er nooit eene categorie Jans-zoons heeft bestaan, die men naar hunne voornamen onderscheidde.
  • Het bovenstaande neemt natuurlijk niet weg, dat ieder vrijheid heeft om personen met een familienaam ook in den index op den voornaam te plaatsen; inderdaad de mogelijkheid bestaat, dat zij elders zonder familienaam voorkomen. Vermeldt men ze dus op den voornaam, dan komen de plaatsen, waar zij voorkomen, bij elkaar te staan. Maar dit ontslaat niet van de verplichting om de namen ook te alphabetiseeren volgens den familienaam. Eveneens kan het wenschelijk zijn de namen ook op de patronymica in den index op te nemen, omdat dezen zoo vaak in familienamen zijn overgegaan; maar dit mag geene reden zijn ze niet op de voornamen te alphabetiseeren. Om dezelfde reden kan het gewenscht zijn, ook persoonlijke bijnamen in den alphabetischen index op te nemen.
  • Titulaturen moeten op dezelfde wijze worden behandeld als familienamen; in den regel zijn zij erfelijk b.v. graaf van, heer van enz. De titels van heerlijkheden gaan ongemerkt in familienamen over, en dat dergelijke titels met familienamen moeten worden gelijkgesteld, behoeft geen betoog. Maar ook bij niet erfelijke titels, zooals abt en bisschop, proost en deken, baljuw en maarschalk, is het wenschelijk hetzelfde gebruik te volgen, daar de personen dikwijls uitsluitend door hun titel worden aangeduid en onder dien titel ook het meest bekend zijn. Dit neemt niet weg, dat bij titulaturen vermelding én van den titel, èn van den familienaam, èn van den voornaam in den index wenschelijk is. Jan van 's-Gravenzande, abt van Middelburg, vermelde men dus bij voorkeur niet slechts onder 's-Gravenzande, maar ook onder Middelburg en onder Jan, Jan van Henegouwen, heer van Beaumont onder Henegouwen, Beaumont en Jan. Natuurlijk is het niet noodig telkens alle plaatsen aan te voeren: men kan bij Jan en Beaumont naar Henegouwen verwijzen.
  • Eene tweede vraag is, in welke volgorde moet men de namen in den index opnemen. De volgorde, die de spelling aanwijst, is hiervoor niet bruikbaar, omdat de spelling dikwijls willekeurig is. Dezelfde persoon, die in het eene regest Looten heet, wordt in het andere Loten genoemd; dezelfde persoon heet hier Nicolaus daar Claes, hier Aegidius daar Gillis. Bovenstaande regels hebben nu ten doel de namen, die in den grond gelijkluidend of gelijk beduidend zijn, in den index bij elkander te voegen. Voor Nederlandsche familienamen is daarom bepaald, dat zij gealphabetiseerd worden op den klank, op de uitspraak af. De ae beschouwe men dus als aa, den dubbelen klinker aan het einde van eene lettergreep als een enkelen, de c, gevolgd door eene andere letter dan eene e of i, als k (ook soms als een e of i volgt, b.v. Ceulen (spreek uit Keulen)); ei, ey worden in den regel bijeengevoegd, evenzoo ss en ssch, th en t, z en s, ph en f, g en ch aan het slot van een woord. Volgens hetzelfde beginsel ga men te werk, als twee namen alleen verschillen ten gevolge van locale uitspraak (b.v. Van der Molen, Van der Meulen en Vermeulen, Schouten en Scholten, Van Sulck en Van Sullick), of als een Hollandsche naam in het latijn of eene andere taal is vertaald (b.v. Van der Molen en De Molendino, Schouten en Pretorius, Backer en Pistorius) of gelatiniseerd is (b.v. Janssen en Jansonius, De Groot en Grotius). In al deze gevallen is echter eene verwijzing in den index van den eenen naam naar den anderen noodig. Voorvoegsels, onverschillig of zij al of niet aan den eigenlijken naam zijn verbonden, oefenen op de plaatsing geen invloed uit. Men plaatse dus 't Hooft en Thooft, Van der Hoeven en Verhoeven, De Hont en Dhont allen op de h. Hetzelfde moet gelden, zoo de eindletter van het voorvoegsel met den naam zelf verbonden is. Van Nes en Van Es behooren beide op de E, Van Noort en Van Oort beide op de O te worden gealphabetiseerd.
  • Buitenlandsche familienamen kan men niet naar de uitspraak alphabetiseeren, omdat de uitspraak eener vreemde taal geheel anders is dan die der onze. Men volge dus zooveel mogelijk de oorspronkelijke spelling van den naam en zette b.v. Pretorius op Praetorius, De Vloois op De Valois.
  • Het is niet overbodig er aan te herinneren, dat hier alleen wordt gehandeld over alphabetische indices op regestenlijsten, die allen over tijdvakken, antérieur aan de invoering van den burgerlijken stand, loopen.
  • Het ware gewenscht, zoo men met de voornamen op dezelfde wijze kon handelen. Tot op eene zekere hoogte heeft dat dan ook geen bezwaar; de namen, die denzelfden oorsprong hebben, zooals Jan, Johan en Johannes. Claes en Nicolaas, Gillis en Aegidius, Zweder en Asuerus, behooren in den index bij elkander te worden gevoegd; maar het is moeilijk een algemeenen regel te vinden, volgens welken men beslist, aan welken voornaamsvorm men de voorkeur heeft te geven. De oorspronkelijke vorm kan hier niet dienen, want Jan is afgeleid van het Fransch, Johan van het Duitsch, Johannes van het Latijn. Het meest gewenscht ware misschien, vooral voor middeleeuwsche publicaties, de voornamen te rangschikken volgens hun Latijnschen vorm, wat tevens de naam van den kerkheilige is. Maar het gaat toch niet aan, de Hollandsche graven Willem in den index te plaatsen op Guilielmus, Karel op Carolus enz. Bovendien niet alle namen hebben een Latijnschen vorm (b.v. Sjoerd). Het is daarom beter om de voornamen op den index te plaatsen overeenkomstig den vorm, die in de regestenlijst zelve het meest voorkomt. Veel inconvenient geeft het niet, want als men op Jan tevergeefs heeft gezocht, zal men van zelf gaan zoeken op Johan of Johannes.

Overgenomen uit


Relaties[bewerken]

UF:

BT:

NT:

RT:

Externe verwijzingen[bewerken]

Voorbeeld[bewerken]