Maatregelen tegen water

Uit ArchiefWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Ik zal heel mijn leven het standpunt blijven huldigen dat archieven die gebouwd worden in gebieden waar een overstroming komt als er een dijk doorbreekt, de depots op verdiepinghoogte en hoger moeten worden gebouwd ook al zit je achter een gegarandeerde Delta-dijk. Als het gaat spannen, is die garantie niks waard. Vraag het in de Bommelerwaard.

Zelf zit ik in Epe riant wat dat betreft: zes meter boven de hoogste rivierwaterstand ooit.

Het grondwater was vooraf gepeild op 3,90 m onder het maaiveld, enkele decimeters boven het diepste peil waarop we wilden bouwen (4,50 onder maaiveld). Vanaf het begin was er bronbemaling, dus wat vooraf was gepeild, kon niet in de bouwput worden gecontroleerd. Er is in drie maanden in totaal 44.159 kubieke meter water afgepompt, wat niet veel is en direct ter plekke terug gebracht in de bodem. Wat de hoeveelheid betreft, vraag hoe dat tot problemen kan leiden in Gemert en Bakel

Voor de depots hoort een drempel tegen het inwateren. Indien je een verdieping in de vloer laat maken zoals ik in plaats van drempels, leg er dan geen ijzeren rooster over, maar hardhouten vlonderplanken met kieren zoals in Gemert en Bakel. Nog veel beter is het opgelost in Tiel met een perfect hellinkje. Hiervoor moet wel in de ontwerpfase reeds ruimte worden geschapen en je moet bedenken of je binnen het depot op hoogte blijft of weer afdaalt. Het eerste is uiteraard zeer te verkiezen.

Bouw je een depot ondergronds? Dan moet er boven aan de trap en voor de lift die naar beneden gaan een drempel (dus helling) worden gemaakt om te voorkomen dat water naar beneden loopt. Dit is het enige waar ik in Epe vooraf niet aan heb gedacht en waar ik me nu zorgen om maak. Dit is dus nu een bestaand gebrek en er is niet de ruimte om het op te lossen.

Als er een dompelpomp is voor overtollig water, test die dan regelmatig! (De eerste keer toen ik hem probeerde, bleek de terugslagklep verkeerd om gemonteerd, dus er ging geen druppel water omhoog, ook moet de arm van de vlotter ruimte hebben om te bewegen en niet ergens tegenaan komen)