Regest

Uit ArchiefWiki
Ga naar: navigatie, zoeken


Omschrijving[bewerken]

Archiefterminologie voor Nederland en Vlaanderen (2003)[bewerken]

Een regest is een samenvatting van een oude akte.

Toelichting
* Gewoonlijk wordt de handeling in een regest meer als rechtshandeling weergegeven. De eigennamen worden gewoonlijk gespeld zoals zij in de akte voorkomen.
Gerelateerde termen
* Analyse, Akte
Referentie
* ANV, lemma 139.

Internationale terminologie[bewerken]

Relatie(s)[bewerken]

Verwijzing(en)[bewerken]

Illustratie(s)[bewerken]

Oude terminologie[bewerken]


Omschrijving[bewerken]

Een regest is een samenvatting van een oude akte.

Archiefterminologie[bewerken]

Archiefterminologie voor Nederland en Vlaanderen (2003)[bewerken]

Een analyse van een akte is een regest.

Zie Analyse.

Toelichting

  • Gewoonlijk wordt de handeling in een regest meer als rechtshandeling weergegeven. De eigennamen worden gewoonlijk gespeld zoals zij in de akte voorkomen.

Bron

  • ANV, lemma 139.


Lexicon van Nederlandse Archieftermen (1983)[bewerken]

Een regest is een analyse van een akte.

Overgenomen uit


Nederlandse Archiefterminologie (1962)[bewerken]

Een regest is een beknopte inhoudsopgave van een

  • a. akte, bevattende ten minste de datum, de naam van degene, van wie de akte is uitgegaan, de naam van de handelende partij of partijen en een korte beschrijving van de rechtshandeling;
  • b. brief, bevattende ten minste de datum, de namen van de afzender en de geadresseerde en een korte samenvatting van de mededeling.

Toelichting

  • Handleiding § 76: "Men houde in het oog, dat het doel eener regestenlijst verschillend is van dat van een inventaris; dit verschil behoort uit de beschrijving der stukken te blijken. In eene regestenlijst behoort de beschrijving de handeling, die in bet beschreven stuk is geregistreerd, te vermelden; in den inventaris sta de aard van het stuk op den voorgrond".
  • Handleiding § 77: "De beschrijving der stukken in de regestenlijst moet uitvoeriger zijn dan die in den inventaris". Onder beschrijving der stukken (§ 76 en 77) moet worden verstaan de samenvatting van de inhoud dier stukken.
  • Handleiding § 78: "In regestenlijsten moeten eigennamen in hunne oorspronkelijke spelling worden medegedeeld. Titulaturen behooren in hun geheel te worden medegedeeld, behalve bij de landsheeren, waar men met den voornaamsten titel kan volstaan".
  • Handleiding § 79: "In eene regestenlijst moet bij elk regest voorkomen:
    • 1°. de datum der oorkonde in onopgelosten en in opgelosten vorm. Bij ongedateerde oorkonden geve men eene zoo nauwkeurig mogelijke, met redenen omkleede tijdsbepaling;
    • 2°. de plaats, waar de oorkonde is uitgevaardigd. Opneming van het geheele begin- of eindformulier is onnoodig;
    • 3°. de opsomming der voorhandene zegels;
    • 4°. eene mededeeling over den aard van het stuk (origineel of afschrift; perkament of papier);
    • 5°. eene mededeeling omtrent de transfixen, die door eene oorkonde gestoken zijn of geweest zijn".
  • Waar de Handleiding in dit verband van oorkonden spreekt, is hier aan de term akte de voorkeur gegeven.

Overgenomen uit

  • NAT, lemma 105.


Handleiding voor het ordenen en beschrijven van archieven (1898)[bewerken]

Men houde in het oog, dat het doel eener regestenlijst verschillend is van dat van een inventaris; dit verschil behoort uit de beschrijving der stukken te blijken. In eene regestenlijst behoort de beschrijving de handeling, die in het beschreven stuk is geregistreerd, te vermelden; in den inventaris sta de aard van het stuk op den voorgrond.

Toelichting

  • Reeds meermalen (zie § 73 in fine) is er aanleiding geweest te wijzen op het verschil tusschen een inventaris en eene regestenlijst. Een der meest kenmerkende verschilpunten is wel hierin gelegen, dat, terwijl in een inventaris herhaaldelijk meer stukken onder een nummer worden beschreven, hetzij dat zij tot een dossier of bundel zijn vereenigd, hetzij dat zij in hetzelfde register zijn geregistreerd, in eene regestenlijst elke oorkonde afzonderlijk wordt vermeld.
  • Maar ook wanneer in den inventaris een stuk afzonderlijk wordt beschreven, behoort die beschrijving geheel anders te luiden, dan in de regestenlijst, waarin hetzelfde stuk wordt opgenomen. Dat onderscheid is een uitvloeisel van het verschillende doel, dat met een inventaris en eene regestenlijst wordt beoogd.
  • In een inventaris wil men eene lijst geven van al de stukken, die in een archief berusten, met aanwijzing van het verband, waarin zij daarin voorkomen, en met aanwijzing van den aard en den inhoud der stukken; een inventaris is dus eene lijst van de in een archief aanwezige stukken, wier inhoud nader wordt omschreven. Men beschrijve derhalve aldus : "Gerechtsbrief van N., waarbij A. land transporteert aan B."; "Uitspraak van het hof van Y. in de zaak tusschen C. en D."; "Overeenkomst door E. en F. aangegaan om enz." of "Testament, waarbij N. zijne goederen vermaakt aan het gasthuis te Z.".
  • Eene regestenlijst is niet eene lijst van stukken; daarbij is het te doen om de handeling, de gebeurtenis, die in de oorkonde wordt vermeld of zoo men liever wil, om het oorkonden of getuigen omtrent die handeling of gebeurtenis. Het is bij de regestenlijst uitsluitend er om te doen, wie oorkondt en wat wordt geoorkond. De stukken, die op de boven beschrevene wijze in den inventaris moeten worden vermeld, zouden dus aanleiding geven tot de volgende nummers eener regestenlijst: "A. draagt ten overstaan van schepenen van X. land over aan B." (of, wat eigenlijk juister is, "Schepenen van X. oorkonden, dat A. aan B. land overdraagt"); "Het hof van Y. doet uitspraak in de zaak tusschen C. en D."; "E. en F. gaan eene overeenkomst aan om" enz. en "N. vermaakt zijne goederen aan het gasthuis te Z." (of "Notaris O. instrumenteert, dat N. zijne goederen aan het gasthuis te Z. vermaakt").
  • De inventaris is dus eene lijst van stukken, de regestenlijst eene van feiten.
  • De bedoelde onderscheiding wordt niet altijd gemaakt. Herhaaldelijk worden de beschrijvingen van stukken in regestenlijsten onveranderd in de inventarissen overgenomen, terwijl men de niet in de regestenlijst voorkomende nummers van den inventaris op de gewone wijze beschrijft, hetgeen eene ongelijkmatigheid veroorzaakt, die niet aangenaam aandoet.
  • Ook het omgekeerde komt voor. Terwijl de meeste regesten zijn beschreven zóó dat de handeling op den voorgrond treedt, komen daartusschen soms enkele nummers voor, die luiden: "Gerechtsbrief van ... waarbij", wat even leelijk staat. Daar er nu inderdaad een goede grond is, waarom de eene vorm in inventarissen, de andere in regestenlijsten wordt gebezigd, is het wenschelijk de onderscheiding ook nauwkeuriger in het oog te houden dan tot heden geschiedde.

Overgenomen uit


De beschrijving der stukken in de regestenlijst moet uitvoeriger zijn dan die in den inventaris.

Toelichting

  • Een inventaris dient meer om een overzicht te geven van hetgeen in een archief aanwezig is en om de volgorde der archiefstukken te bepalen. Naar die volgorde zullen de stukken ook moeten worden geplaatst, een inventaris is derhalve een wegwijzer. Met eene korte beschrijving der stukken, soms een aantal oorkonden of eene serie handschriften onder een nummer, kan men dus volstaan.
  • De regestenlijst dient daarentegen om den inhoud van elke oorkonde, in originali of in afschrift in het archief aanwezig, nauwkeurig te leeren kennen. Eene meer uitvoerige beschrijving is daartoe noodig.
  • Het is moeilijk om hier de juiste grens van uitvoerigheid aan te geven. In de volgende paragraaf vindt men daartoe een aantal gegevens. Soms dient men echter bij zeer uitvoerige oorkonden een middenweg tusschen te groote breedvoerigheid en eene korte beschrijving in te slaan. Zoo is het b.v. (als noodmaatregel, wanneer geheel nauwkeurige regesten te lang zouden worden) gewenscht, van de talrijke onderwerpen, dikwijls in privilegiën en tractaten behandeld, alleen die in het regest te vermelden, die bestemd waren om voortdurend van kracht te blijven, terwijl de bepalingen van voorbijgaand belang onvermeld kunnen blijven. Om een voorbeeld te noemen: in het regest van een vredesverdrag vermelde men, dat in dat verdrag wordt gehandeld over tolrechten en beden, doch men late weg de bepalingen over de uitwisseling van gevangenen en het betalen van oorlogsschatting. Bevat eene oorkonde alleen bepalingen van voorbijgaand belang, dan gebruike men eenige algemeene termen en dale niet in bizonderheden af.

Overgenomen uit


In regestenlijsten moeten eigennamen in hunne oorspronkelijke spelling worden medegedeeld. Titulaturen behooren in hun geheel te worden medegedeeld, behalve bij de landsheeren, waar men met den voornaamsten titel kan volstaan.

Toelichting

  • Een ander onderscheid, dat men bij het samenstellen van inventarissen en regestenlijsten heeft in acht te nemen, is hierin gelegen, dat men in regestenlijsten de spelling der eigennamen, zooals die in het origineel voorkomt, heeft te behouden, terwijl men in een inventaris de thans gebruikelijke spelling kan aannemen. De grond der onderscheiding ligt voor de hand. De inventaris is een wegwijzer door het archief, bestemd voor hen, die thans het archief willen raadplegen: de thans gebruikelijke spelling der eigennamen behoort hier dus te worden gebezigd. Trouwens het gebruik der oude spelling zou daarom reeds niet zijn vol te houden, omdat in een dossier of een bundel misschien verschillende stukken zijn vereenigd, waarin dezelfde eigennaam anders wordt gespeld. Een regest geeft daarentegen den korten inhoud eener oorkonde weer en moet zich dus zoo nauw mogelijk aan den inhoud der oorkonde aansluiten, de oude spelling der eigennamen moet dus bewaard blijven. Is een regest aan meer archiefstukken ontleend b.v. aan een charter en een cartularium, dan volge men de spelling van het oorspronkelijke stuk of anders van het oudste afschrift. Belangrijke afwijkingen behooren in noten te worden vermeld. Is de naam in de oude spelling moeilijk te begrijpen, dan behoort daaromtrent eveneens in eene noot of aanteekening de noodige inlichting te worden gegeven, evenals dat in oorkondenboeken gebruikelijk is.
  • Hetzelfde motief, dat aanleiding geeft in regesten de oude spelling der eigennamen te behouden, moet er ook toe leiden de titulaturen, die er in voorkomen, in hun geheel op te nemen. Om te weten, welke persoon wordt bedoeld, kan het van veel belang zijn, te weten, of hij ridder was of niet, welke heerlijkheden hij bezat, welke hooge ambten hij bekleedde. Zonder die bijvoegselen is het b.v. geheel onmogelijk de verschillende personen, die Gijsbert uten Gooie of Claes van Borselen heetten, te onderscheiden. Bij landsheeren is het opnemen van alle titels ondoenlijk (die van Karel V vullen een geheele bladzijde) en ook overbodig; juist omdat men die niet met elkander zal verwarren. Er kan eene bijzondere aanleiding zijn zulk een titel te vermelden, b.v. als daaruit blijkt, wanneer ongeveer de graven van Holland den titel van heer van Friesland hebben aangenomen; maar in het algemeen is bij landsheeren het vermelden der titulaturen overbodig. Men schrijve dus b.v. Reinald, hertog van Gelre (en late den grafelijken titel van Zutfen achterwege), Frederik, bisschop van Utrecht (zonder bijvoeging van geboren markgraaf van Baden), Albrecht, hertog in Beieren, Karel, hertog van Bourgondië, Philips, koning van Castilië, Karel, Roomsch keizer, George, hertog van Saxen, Edzard, graaf van Oost-Friesland, enz. telkens met vermelding van den voornaamsten titel. Verder dan tot de landsheeren kan men de uitzondering niet uitstrekken, men schrijve dus niet Lamoraal, prins van Gavre, Wolferd, graaf van Grandpré, Philips, markgraaf van Westerloo, omdat niet ieder dadelijk ziet, dat daarmede de graaf van Egmond, de heer van Vere of de burggraaf van Montfoort wordt bedoeld. Daar vermelde men dus volgens den regel alle titels, althans zoovele als voldoende zijn om volkomen duidelijk te maken, wie is bedoeld.

Overgenomen uit


In eene regestenlijst moet bij elk regest voorkomen : 1°. de datum der oorkonde in onopgelosten en in opgelosten vorm. Bij ongedateerde oorkonden geve men eene zoo nauwkeurig mogelijke, met redenen omkleede tijdsbepaling; 2°. de plaats, waar de oorkonde is uitgevaardigd. Opneming van het geheele begin- of eindformulier is onnoodig ; 3°. de opsomming der voorhandene zegels; 4°. eene mededeeling over den aard van het stuk (origineel of afschrift; — perkament of papier) ; 5°. eene mededeeling omtrent de transfixen, die door eene oorkonde gestoken zijn of geweest zijn.

Toelichting

  • Ad 1°. De sub 1° genoemde regel geldt natuurlijk voornamelijk voor den tijd, toen nog naar den heiligenkalender en niet naar den dagkalender werd gerekend. Doorgaans valt de afschaffing van den heiligenkalender samen met de invoering van den Gregoriaanschen kalender. In elk geval echter behoort men de dubbele dateering te vermelden tot de invoering van dien kalender. In Holland, Zeeland en het ressort der Generaliteit geschiedde dat in 1582, in de andere provincies (afgezien van de tijdelijke invoering in Groningen 1582-1594) in 1700.
  • Ad 2°. Het is niet noodig den sub 2° genoemden regel altijd streng op te volgen. Bij oorkonden, uitgevaardigd door een vorstelijk persoon, den paus, een bisschop, in één woord eene autoriteit, welke zich nu eens hier, dan weer daar bevindt, is de vermelding der plaats, waar de oorkonde is uitgevaardigd, zeker zeer gewenscht. Hetzelfde geldt van verdragen en brieven. Bij oorkonden, verleden voor eene autoriteit, welke zich niet buiten hare vaste woonplaats begeeft, b.v. de regeering eener stad, behoeft men de plaats van uitvaardiging enkel in geval van uitzondering van den regel te vermelden.
  • Hoewel de opneming van het begin- of eindformulier eener oorkonde niet noodig is, heeft zij dit voordeel, dat men dan tegelijk den datum en de plaats, waar de oorkonde is uitgevaardigd, en de taal, waarin zij is gesteld, leert kennen.
  • Ad 3°. De regel schrijft alleen de vermelding der voorhandene zegels voor; zij zijn alleen van belang voor den sigillograaf, en hunne echtheid kan alleen nog worden beoordeeld. Dat neemt echter niet weg, dat het ook van belang is te weten, welke zegels aan eene oorkonde hebben gehangen, al zijn zij nu verloren. Als in het stuk iemand onder de zegelaars wordt vermeld en uit den voorhanden staart of de insnijding in het charter blijkt, dat er een zegel aan gehangen heeft, is de presumtie, dat het stuk ook door dien persoon is gezegeld, bijna zekerheid. Daarom is het wenschelijk ook de verlorene zegels te vermelden, maar verplichtend is het niet. Eveneens is het gewenscht bij schepenzegels de namen der schepenen, die hebben gezegeld, op te nemen, vooral in het belang der sigillographie, maar men kan, vooral waar het de vermelding van dorpsschepenen geldt, volstaan met de mededeeling : met 2 (3 enz.) schepenzegels, zonder de namen der schepenen te noemen. Of deze namen al of niet moeten worden vermeld, hangt er van af, of er veel schepenzegels in het archief voorkomen en of deze persoonlijke zegels belangrijk genoeg zijn om afzonderlijk te worden vermeld.
  • Ad 4°. Bij de vermelding, dat een stuk een afschrift is, is het gewenscht zoo mogelijk iets omtrent de waarde van het afschrift te voegen, in de eerste plaats wat betreft den tijd van vervaardiging en verder wat betreft den vervaardiger. Bijv. men beschrijve: 16e eeuwsch notarieel afschrift of: afschrift in een vidimus van 24 Mei 1489. Zie ook paragraaf 80.
  • Ad 5°. De transfixen, vermeld bij de getransfigeerde oorkonde, worden (zoo zij aanwezig zijn), afzonderlijk en uitvoeriger beschreven op hunne eigene plaats. Bijv.:
    • No. 854. 1393 (Augustus 24) Up sente Bartholomeusdach. Burgemeesters en raad van Groningen verklaren, met den Schulte Barwolt Calmers, Herman Velthoen te hebben ingewezen in zes grazen land van Reyner Elmersinc, gelegen bij Hoytinghehues ten z. van de Woltgrave te Dorkwerd. Met een transfix d.d. 1394 (April 4) up sente Ambrosiusdach, waarbij voornoemd land wordt overgedragen aan het Heilige-Geestgasthuis te Groningen. Het zegel verloren.
    • No. 866. 1394 (April 4) up sense Ambrosiusdach. Burgemeesters en raad van Groningen verklaren, dat Herman Velthoen het land, waarvan de getransfigeerde brief van 1393 (Augustus 24) up sense Bartholomeusdach spreekt, heeft verkocht en overgedragen aan het Heilige-Geestgasthuis te Groningen. Het zegel der stad Groningen met contrazegel.

Overgenomen uit


Relaties[bewerken]

UF:

BT:

NT:

RT:

Externe verwijzingen[bewerken]

Voorbeeld[bewerken]