Regestenlijst

Uit ArchiefWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Omschrijving[bewerken]

Archiefterminologie[bewerken]

Lexicon van Nederlandse Archieftermen (1983)[bewerken]

Een regestenlijst bevat regesten die chronologisch zijn gerangschikt.

Toelichting

Overgenomen uit


Nederlandse Archiefterminologie (1962)[bewerken]

Een regestenlijst is een chronologisch gerangschikte reeks regesten.

Toelichting

  • Handleiding § 72: "Wegens het exceptioneele belang van sommige gedeelten van een archief kan het wenselijk zijn regestenlijsten te geven van den inhoud daarvan. Deze lijsten behooren dan echter afzonderlijk uitgegeven of bij kleine archieven als bijlagen achter den inventaris gedrukt te worden".
  • Handleiding § 73: "Eene regestenlijst van een archief of een gedeelte van een archief is eene chronologisch gerangschikte inhoudsopgave van alle oorkonden die in originali of in afschrift in een archief of gedeelte van een archief aanwezig zijn".
  • Handleiding § 74: "Bij het samenstellen van regestenlijsten der oorkonden van een archief behooren te worden opgenomen:
  • Handleiding § 75: "Het kan wenschelijk zijn, ook den inhoud der brieven en andere bescheiden, die in originali of in afschrift in een archief voorhanden zijn, geheel of ten deele in regestvorm te bewerken".
  • Handleiding § 8o: "Indien oorkonden niet meer in originali, doch enkel in afschrift in tot het archief behoorende handschriften aanwezig zijn, moet de beschrijving dezer oorkonden in de regestenlijst worden opgenomen, terwijl in den inventaris alleen de handschriften zelven worden vermeld".
  • Handleiding § 81 : "De regestenlijsten moeten zijn voorzien van indices, en wel: a. een index van persoonsnamen, b. een index van plaatsnamen. Ook het opnemen van een index van zegels is gewenscht".
  • Behalve een lijst van regesten, ontleend aan hetzelfde archief, worden ook lijsten samengesteld van regesten van akten en brieven, uitgegaan van eenzelfde autoriteit of betreffende hetzelfde onderwerp.

Overgenomen uit

  • NAT, lemma 106.


Handleiding voor het ordenen en beschrijven van archieven (1898)[bewerken]

Wegens het exceptioneele belang van sommige gedeelten van een archief kan het wenselijk zijn regestenlijsten te geven van den inhoud daarvan. Deze lijsten behooren dan echter afzonderlijk uitgegeven of bij kleine archieven als bijlagen achter den inventaris gedrukt te worden.

Toelichting

  • Eene regestenlijst in het algemeen is eigenlijk niet anders dan een verkort oorkondenboek; in plaats van in extenso medegedeeld te worden, worden de oorkonden slechts in regestvorm opgenomen: alleen hun korte inhoud wordt vermeld. Evenals een oorkondenboek nu alle oorkonden opneemt, die betrekking hebben op eene serie regenten (b.v. keizers, pausen, graven van Holland) of op een bepaald land (b.v. Friesland, het bisdom Utrecht) of eene corporatie (b.v. de stad Groningen, de abdij Mariënweerd), evenzoo bevat eene regestenlijst in het algemeen alle oorkonden van eene regentenserie, een land of eene corporatie, zonder daarbij te onderscheiden, waar de oorkonden, waarvan de regesten worden gepubliceerd, berusten. Alleen het antwoord op de vraag of de oorkonden betrekking hebben op dezelfde personen, corporaties of landen, beslist over de opneming der oorkonden, Al is eene oorkonde alleen in druk voorhanden, toch wordt zij opgenomen, zoo zij overigens binnen het kader valt. Zulke regestenlijsten hebben dus met de beschrijving van een archief niets te maken. Stukken, uit verschillende archieven afkomstig, worden er naast elkander in opgenomen.
  • Eene regestenlijst van een archief is iets geheel anders. Zij is ook eene lijst van oorkonden, maar de oorkonden betreffen hier niet alle een bepaalden persoon of een bepaald onderwerp, neen de band, die deze oorkonden in dezelfde regestenlijst doet vermelden, is alleen gelegen in het feit, dat de oorkonden aan hetzelfde archief zijn ontleend.
  • Het voordeel, dat het samenstellen van zulke regestenlijsten boven het vormen der eerstbeschrevene aanbiedt, is hierin gelegen, dat men, de regestenlijsten volgens de archieven publiceerende, de zekerheid heeft geene oorkonden over te slaan. Zijn de regestenlijsten van alle archieven en alle verzamelingen gepubliceerd, dan zijn ook alle oorkonden bekend. Voor de andere soort regestenlijsten moet men telkens in alle archieven nasporingen doen; men loopt dus voortdurend gevaar het een of ander over te slaan.
  • De bedoeling van den bovengestelden regel is, dat men inventaris en regestenlijst scherp onderscheide en niet een gedeelte van den inventaris ga inrichten als regentenlijst, omdat de stukken van dat gedeelte van zooveel belang zijn, dat zij verdienen elk afzonderlijk te worden vermeld. Vereenigt men beiden tot een geheel, dan verricht men misschien een zeer nuttig werk, maar een inventaris maakt men niet.
  • Bij het maken van een inventaris en bij het samenstellen van eene regestenlijst plaatst men zich op twee verschillende standpunten, die niet wel te vereenigen zijn. Wie een inventaris wil bewerken, moet zich zooveel mogelijk plaatsen op het standpunt van het lichaam, welks archief hij regelt, en aan dit standpunt zal hij wel eens verplicht zijn het gemak van hen, die het archief wenschen te raadplegen en met de oude toestanden minder nauwkeurig bekend zijn, op te offeren.
  • Bij het samenstellen van regestenlijsten heeft men zich een geheel ander doel voor oogen te stellen. Hierbij staat uitsluitend het belang van den tegenwoordigen onderzoeker op den voorgrond. Men vraagt niet, welk belang de corporatie, in wier archief het stuk berust, er bij had, maar welk belang de geschiedenis bij het stuk hebben kan. Een stuk uit de 15e eeuw was voor het toenmalige stadsbestuur niet belangrijker dan een gelijksoortig document uit de 19e eeuw voor het tegenwoordige gemeentebestuur, en behoort dus, als men zich bij de regeling op het standpunt van den magistraat "in der tijd" plaatst, niet anders te worden beschreven.

Twee dergelijke heterogene stukken kan men niet in hetzelfde verband vereenigen zonder de klaarheid van het overzicht te schaden. Door echter de regestenlijst als bijlage bij den inventaris te voegen, zal het bezwaar worden vermeden en toch aan de belangen van den tegenwoordigen onderzoeker worden tegemoet gekomen.

Overgenomen uit


Eene regestenlijst van een archief of een gedeelte van een archief is eene chronologisch gerangschikte inhoudsopgave van alle oorkonden die in originali of in afschrift in een archief of gedeelte van een archief aanwezig zijn.

Toelichting

  • Voor de toelichting tot deze paragraaf kan in de eerste plaats worden verwezen naar hetgeen naar aanleiding der voorgaande paragraaf is opgemerkt. De hier gegevene definitie treedt nog in enkele bijzonderheden, waarop de aandacht moet worden gevestigd. In de eerste plaats wordt gezegd, dat zulk eene regestenlijst chronologisch moet worden gerangschikt, evenals de andere soort regestenlijsten en de oorkondenboeken. Daarbij komt het uitsluitend op den datum der oorkonde als zoodanig aan; de archief-datum d. w. z. de datum, waarop het stuk in het archief is gekomen, is daarbij geheel onverschillig. Eene oorkonde, b.v. een eigendomsbewijs, kan eerst vele jaren nadat zij is opgemaakt in een bepaald archief zijn aangekomen, nl. bij eene volgende eigendomsoverdracht. Toch behoort zij op den datum der oorkonde zelve in de regestenlijst te worden opgenomen. Immers eene regestenlijst is eene lijst van oorkonden, niet van archiefstukken.
  • Datzelfde beginsel heeft ons ook aanleiding gegeven tot het opnemen der bepaling, dat het onverschillig is, of de oorkonde in originali of in afschrift in het archief aanwezig is. Een eigendomsbewijs kan, na in het cartularium te zijn ingeschreven, te gelijk met den eigendom zelf aan anderen zijn overgedragen, toch wordt het in de regestenlijst vermeld, omdat het afgeschreven staat in het tot het archief behoorende cartularium. Het doel der regestenlijst is het publiceeren van den inhoud van alle oorkonden, die uit het archief kunnen worden gekend, en bij gebreke van het origineel leert men eene oorkonde ook uit een afschrift kennen.
  • In de derde plaats spreekt de gegeven definitie van een archief en niet van een archiefdepôt. Immers het eene archief kan zijn gedeponeerd bij het andere zonder er daarom mede versmolten te zijn, de combinatie van verschillende archieven in één depot kan tijdelijk en toevallig zijn. Het is daarom wenschelijk, van elk archief eene afzonderlijke regestenlijst te vervaardigen. Daarom zijn b.v. in de regestenlijsten van het archief der stad Utrecht niet opgenomen de in de Utrechtsche landskist berustende charters: immers de landskist bevatte een deel van het bisschoppelijk archief, dat bij het stadsarchief is gedeponeerd maar er volgens § 13 te allen tijde van kan worden afgescheiden. Wel opgenomen zijn daarentegen die charters uit de landskist, die op last van den Utrechtschen magistraat in een stedelijk register zijn afgeschreven: immers dat register maakt een deel uit van het stedelijk archief.
  • De definitie stelt ook de mogelijkheid open om niet van een archief in zijn geheel, maar van een gedeelte er van eene regestenlijst te publiceeren. In den regel toch zal men zich bij het samenstellen van zulk eene lijst beperken tot de middeleeuwen, hetzij in hun geheel, hetzij ten deele. Het publiceeren van eene regestenlijst toch heeft alleen voldoende nut voor die periode, waaruit betrekkelijk weinig stukken bekend zijn, zoodat elk stuk, hoe onbeduidend op zich zelf ook, van belang kan zijn tot opheldering van het tijdvak. Het maken van regestenlijsten voor latere perioden zou niet slechts nutteloos, maar ook ondoenlijk zijn. De groote massa oorkonden heeft tengevolge, dat de kennisneming van tal van stukken voor de algemeene kennis van het tijdvak overbodig is, en dat het vermelden van al die stukken de regestenlijsten bovenmatig zou doen aanzwellen.
  • In eene periode, die nog niet ver achter ons ligt, in de periode nl. waarin men de opvatting huldigde, dat een archief eene verzameling geschiedbronnen was, heeft men gemeend met het vervaardigen van regestenlijsten in plaats van inventarissen te kunnen volstaan. Na al hetgeen in de vorige paragrafen is gezegd omtrent het doel van een inventaris behoeft daarop hier niet te worden teruggekomen. In verband met het bovenstaande mag er echter op worden gewezen, dat, zoo men den omvang der taak niet heeft beperkt door alle registers, die de handelingen der betrokken corporaties vermelden, resolutieboeken enz., weg te laten (zooals in den inventaris van Leeuwarden), de inventarissen-regestenlijsten niet verder zijn vervolgd dan tot het einde der middeleeuwen (inventaris van het oud-archief van Zeeland, inventaris van Middelburg). Zoodra men verder wilde gaan, gevoelde men zelf, dat het ondoenlijk werd den geheelen inhoud van het archief in regestvorm mede te deelen. Inderdaad is dit dan ook niet het doel van eene regestenlijst.
  • Eene regestenlijst toch bevat alleen de oorkonden van een bepaald tijdvak; een inventaris bevat alle stukken, die in een archief berusten. In eene regestenlijst wordt elk stuk afzonderlijk beschreven, terwijl in den inventaris verscheidene stukken bijeen worden gevoegd. Beiden hebben een geheel verschillend doel: de inventaris wijst den weg in het archief, de regestenlijst geeft het resultaat van een onderzoek weer. Hieruit volgt ook, dat de inventaris moet voorgaan: eerst als die gereed is en het dus bekend is, wat het archief inhoudt, kan eene regestenlijst worden opgemaakt. Maar dan behoort het ook te geschieden. De geschiedenis der middeleeuwen kan alleen uit regestenlijsten worden gekend.

Overgenomen uit


Bij het samenstellen van regestenlijsten der oorkonden van een archief behooren te worden opgenomen:

Toelichting

  • In de vorige paragraaf is uitdrukkelijk uitgesproken, dat in eene regestenlijst uitsluitend oorkonden behooren te worden opgenomen en de stukken, die verdienen daarmede te worden gelijkgesteld. In oorkondenboeken pleegt men in den regel de grens wat ruimer te trekken en er alle historische bronnen, die geene narratieve bronnen (kronieken) zijn, in op te nemen. Te allen tijde (de naam oorkondenboek bewijst het) zijn echter oorkonden het hoofdbestanddeel geweest. Elders is medegedeeld (§ 92), wat oorkonden zijn. Hier is het voldoende er aan te herinneren, dat het stukken zijn, waaraan eene blijvende waarde werd toegekend, en die daarom in een bepaalden vorm werden opgemaakt. Daarom vermeldt deze paragraaf dan ook in de eerste plaats de origineele oorkonden onder de stukken, die in de regestenlijst moeten worden opgenomen. Of zij op perkament of papier geschreven, al of niet gezegeld zijn, is onverschillig. Ook eene middeleeuwsche oorkonde, die men niet gewichtig genoeg vond om te zegelen of om op perkament te schrijven, kan bij het verloren gaan van zoovele middeleeuwsche stukken, thans van veel belang zijn.
  • In de tweede plaats neme men in de regestenlijst op alle in cartularia afgeschrevene stukken, ook als het geene oorkonden mochten zijn. In den regel worden alleen oorkonden daarin afgeschreven, maar het komt voor, dat men daarin ook goederenlijsten of brieven, die om eene of andere reden bijzonder belangrijk waren — b.v. omdat er het een of ander recht der betrokkene corporatie uit bleek — heeft opgenomen. Hetzelfde motief, dat bij het samenstellen van het cartularium aanleiding heeft gegeven om voor dat stuk eene uitzondering te maken, geldt ook thans nog. Stukken, die belangrijk genoeg werden geacht om in cartularia te worden afgeschreven, verdienen nog altijd te worden gekend. — Zoo de stukken, die in cartularia zijn afgeschreven, ook in originali voorhanden zijn, behooren zij natuurlijk ook in de regestenlijst te worden vermeld; en hetzelfde geldt, wanneer niet de stukken zelf maar andere van geheel gelijksoortigen aard in een cartularium zijn opgenomen. Hetgeen aanleiding heeft gegeven het eene stuk in het cartularium op te nemen, had er ook bij het andere toe moeten leiden.
  • Alle stukken, die op perkament zijn geschreven, behooren ook in regestenlijsten voor te komen. Immers als zij belangrijk genoeg zijn geoordeeld om op perkament te worden geschreven, zijn zij ook gewichtig genoeg om in de regestenlijst te worden opgenomen. Het schrijven op perkament en het afschrijven in een cartularium hadden hetzelfde doel: het bewaren der stukken of van hun inhoud. Aan het zegelen van stukken heeft men minder beteekenis te hechten. Men zegelde oorkonden om de belangrijkheid en blijvende waarde dezer stukken, maar men zegelde ook brieven om ze te sluiten. Het zegelen van een stuk op zich zelf bewijst dus niets voor de waarde, die men er aan hechtte.
  • Behalve de origineele oorkonden en de in cartularia opgenomene afschriften, behoort de regestenlijst ook alle andere afschriften te vermelden, onverschillig waar die in het archief worden gevonden, hetzij als akten van vidimus, hetzij als inserties in andere oorkonden, hetzij als afschriften in een register of op een los blad papier. Alleen is het noodig, dat zij in hun geheel zijn afgeschreven akten, waarop alleen wordt gezinspeeld zonder dat zij letterlijk worden aangehaald, behooren niet in een regestenlijst thuis. Een ander geval is het, zoo een stuk voor een gedeelte is afgeschreven of in extract is medegedeeld (b.v. een testament, alleen voor zooverre het een beschikking geldt ten gunste der corporatie, van welke het archief afkomstig is). Zulk een extract verdient wel in de regestenlijst te worden opgenomen: het staat met eene akte van eigendomsoverdracht gelijk.
  • Het is intusschen niet altijd noodig alle stukken, die aan de bovenstaande eischen voldoen, in de regestenlijst op te nemen. Hetzelfde motief, dat aanleiding geeft de regesten niet verder dan over een bepaald tijdvak voort te zetten, kan er toe leiden eene zekere categorie van stukken, die te talrijk is, uit te sluiten. Zoo men b.v. het archief van een college, dat volontaire jurisdictie uitoefende, behandelt, kan het wenschelijk zijn, alle akten van volontaire jurisdictie, die toch voor de corporatie zelve, wier archief aan de orde is, van weinig of geen belang zijn, uit te sluiten. Evenzoo kan men de vidimussen (niet de gevidimeerde oorkonden) weglaten, tenminste voor zooverre zij niet tevens strekken tot bevestiging van het gevidimeerde stuk. Ook de afgeloste rentebrieven zijn oorkonden; in den regel zal het echter gewenscht zijn, ook deze soms zeer talrijke stukken uit te sluiten. Zoo kan het wenschelijk zijn de pachtbrieven, die in de renversalen worden ingelascht en niets behelzen, wat niet ook uit het renversaal blijkt, niet afzonderlijk in de regestenlijst op te nemen. Omgekeerd kan het wenschelijk zijn enkele stukken, die niet in extenso in het archief aanwezig zijn, op te nemen. Boven is daarvan reeds een voorbeeld aangehaald. Een ander voorbeeld is aan de leenregisters ontleend; van sommige beleeningen wordt daarin de geheele akte opgenomen, van andere alleen een extract, zonder dat blijkt, dat daarbij eenig geldig motief den doorslag heeft gegeven. Men neme dus óf geene óf alle akten op, ook die slechts in extract aanwezig zijn.
  • In den regel is het ook wenschelijk in deze regestenlijsten geene brieven op te nemen, omdat zij eene geheele andere categorie stukken vormen dan oorkonden. Het kan echter zijn, dat slechts weinig brieven zijn bewaard, en evenals men in zulk een geval geen bezwaar zou maken ze in een oorkondenboek op te nemen, kunnen zij ook in eene regestenlijst worden opgenomen. Het is echter reeds hierom moeilijk brieven op te nemen, omdat hun inhoud zich veel minder tot het maken van een regest leent.
  • In elk geval sluite men uit die stukken, die niet voorkomen in het archief zelf, maar in de verzameling historische handschriften, die bij het archief wordt bewaard. Die verzameling maakt geen deel uit van het archief (zie § 66) en behoort dus niet voor de regestenlijst te worden geëxcerpeerd. Hetzelfde beginsel leidt er toe kopijboeken of andere registers, die om eene of andere reden van administratieven aard in het archief zijn gekomen, uit te sluiten. Dikwijls zal de reden der aanwezigheid van zulk een register in het archief alleen zijn, dat het eene college zich bij zijne rechtspraak of administratie naar het andere richtte (b.v. de vier Utrechtsche kapittelen naar het Domkapitel, kleine steden naar de hoofdstad). — Wat voor deze registers geldt, geldt evenzoo voor formulierboeken. De daarin voorkomende akten behooren niet in de regentenlijst thuis.

Overgenomen uit


Het kan wenschelijk zijn, ook den inhoud der brieven en andere bescheiden, die in originali of in afschrift in een archief voorhanden zijn, geheel of ten deele in regestvorm te bewerken.

Toelichting

  • Oorkonden zijn voor de middeleeuwen (het tijdvak, waarover in den regel de regestenlijsten loopen) de belangrijkste stukken van het archief. De vorm zelf, waarin zij zijn opgemaakt en die ze tot oorkonden stempelt, is opzettelijk gekozen, omdat hun inhoud bijzonder belangrijk was, althans in het oog dergenen, die ze deden opstellen. Regestenlijsten worden echter samengesteld voor den thans levenden historicus, en hoe belangrijk middeleeuwsche oorkonden ook altijd blijven, een aantal andere middeleeuwsche documenten verdient soms niet minder de aandacht van den geschiedvorscher.
  • Het kan daarom gewenscht zijn, ook den hoofdinhoud van de in een archief berustende verzameling brieven te publiceeren, waarvoor dan de regestvorm is aangewezen. Het is intusschen wenschelijk deze regesten niet in de regestenlijst der oorkonden op te nemen, maar ze in eene afzonderlijke lijst bijeen te voegen, omdat oorkonden eenerzijds, brieven en andere stukken anderzijds een eigenaardig karakter hebben, dat zich ook in de regesten merkbaar zal maken. Eene oorkonde heeft in den regel op ééne zaak betrekking, een brief op meer; de inhoud van eene oorkonde laat zich dan ook veel beter in een regest concentreeren dan die van een brief. Alleen zoo er over een tijdvak in een archief slechts weinig brieven voorhanden zijn, kan het zaak zijn deze in de regestenlijst der oorkonden te beschrijven. In den regel zijn echter de brieven in zulk een groot getal voorhanden, dat zij, in ééne lijst beschreven, de aandacht te veel van de minder talrijke, maar belangrijker oorkonden zouden afleiden.
  • De paragraaf geeft nog tot twee opmerkingen aanleiding. 1°. Zij spreekt van "brieven of andere bescheiden". Door de laatste bijvoeging is de mogelijkheid opengesteld b.v. de bijlagen tot middeleeuwsche rekeningen in regestvorm mede te deelen. Zoo berust in het Zeeuwsche depot eene geheele verzameling diergelijke stukken, voor een klein deel uit quitanties, voor een groot deel uit eene correspondentie tusschen de rendanten, de Hollandsche rekenkamer en de finantiekamer te Brussel bestaande. 2°. De bijvoeging "geheel of ten deele" heeft niet alleen ten doel om uit te sluiten, althans niet voor te schrijven, de bewerking van regesten der brieven, posterieur aan de middeleeuwen, maar ook om de mogelijkheid open te stellen om uit een bepaald tijdvak niet alle brieven in regestvorm te bewerken, maar alleen b.v. die, welke op de uitwendige geschiedenis der corporatie, van wie het archief afkomstig is, betrekking hebben.
  • Overigens geldt hetgeen omtrent de regestenlijsten van oorkonden is gezegd of nog zal worden gezegd, ook van deze regestenlijsten van brieven.

Overgenomen uit


Indien oorkonden niet meer in originali, doch enkel in afschrift in tot het archief behoorende handschriften aanwezig zijn, moet de beschrijving dezer oorkonden in de regestenlijst worden opgenomen, terwijl in den inventaris alleen de handschriften zelven worden vermeld.

Toelichting

  • Deze regel is de consequentie van het in deze handleiding meermalen (zie o. a. § 77) besproken verschil tusschen een inventaris en eene regestenlijst.
  • Vooral in verzamelingen van oude rechten, in cartularia, copiaria, diversoria enz. vindt men afschriften van oorkonden, welker origineelen niet meer aanwezig zijn. Indien die handschriften tot het archief behooren, behooren ook de daarin opgenomen oorkonden tot het archief en moeten zij in de regestenlijst worden opgenomen. Bij het regest moet dan worden vermeld de plaats, waar het afschrift zich bevindt, m.a.w. het register of handschrift, waarin de oorkonde is geschreven. Men vergelijke hierbij het medegedeelde bij § 73.

Overgenomen uit


De regestenlijsten moeten zijn voorzien van indices, en wel: a. een index van persoonsnamen, b. een index van plaatsnamen. Ook het opnemen van een index van zegels is gewenscht.

Toelichting

  • Men lette hierbij op het aangeteekende bij § 64, hetwelk alles ook hier volkomen van toepassing is.
  • Dat indices gemakkelijke en noodzakelijke wegwijzers zijn, is boven bij de bespreking der indices van inventarissen (§ 65) reeds aangetoond. Voor regestenlijsten, welke uit den aard der zaak door den tegenwoordigen onderzoeker, den historicus, meer zullen worden geraadpleegd dan de inventarissen, is dus het opnemen van indices dubbel gewenscht. De paragraaf spreekt alleen van indices van persoons- en van plaatsnamen. Daarnaast zijn indices van zegels (waarvan alleen bij regestenlijsten sprake kan zijn) gewenscht. Men kan wel is waar de namen der zegelaars ook in den index der persoonsnamen vinden, maar die index heeft toch een ander doel, en daarin komt ook de vermelding der zegels van corporaties niet tot haar recht.
  • De vermelding van zegels in de regestenlijsten zal eerst dan nut kunnen bewijzen, wanneer een index daarop het gebruik zal hebben vergemakkelijkt. Zonder zulk een index heeft de vermelding der zegels weinig praktische waarde, de zegels zijn dan in de regestenlijst als het ware begraven.
  • Wat dien index van zegels betreft, men kan ook hier een zuiver alphabetische volgorde aannemen. Aanbevelenswaardig is het den index van zegels te splitsen in rubrieken b.v. a. geestelijke zegels, b. wereldlijke zegels, terwijl deze laatste rubriek weder kan worden gesplitst in 1. zegels van vorstelijke personen, landschappen, steden, rechtsstoelen enz. 2. geslachtszegels.
  • In den index der zegels neme men alleen de nog aanwezige zegels op, niet de zegels, welke, hoewel misschien in het regest vermeld, verloren zijn.

Overgenomen uit


Relaties[bewerken]

UF:

BT:

NT:

RT:

Externe verwijzingen[bewerken]

Voorbeeld[bewerken]