Zegel

Uit ArchiefWiki
Ga naar: navigatie, zoeken


Omschrijving[bewerken]

Archiefterminologie voor Nederland en Vlaanderen (2003)[bewerken]

Een zegel is een

Hoeveelheid was, metaal of lak waarin met behulp van een stempel of ander hulpmiddel een afbeelding of tekst is aangebracht en welke ter bekrachtiging van een akte daarop of daaraan is bevestigd door de opsteller en andere betrokkenen.

Toelichting
*

  • Het zegel werd meestal vervaardigd door een stukje was of zacht materiaal op een matrijs te leggen, en dit met een stempel in de juiste vorm te persen. Maar wanneer het zegel rechtstreeks op een akte wordt aangebracht, bijvoorbeeld op een Duitse koningsoorkonde, en later bij gebruik van een zegelring had een matrijs geen functie.
  • Het bevestigen van een uithangend waszegel geschiedde meestal door de onderrand van het perkament dubbel te vouwen en in te snijden, daar een strookje perkament door te steken, de zegelstaart, deze naar beneden dubbel te vouwen en in de natte was tussen matrijs en zegelstempel te drukken. Bij een metalen zegel of bulla gebruikte men daarvoor een zijden streng of henneptouwtje, dat op overeenkomstige wijze in het metaal werd geklemd. Zegels werden ook rechtstreeks op de akte aangebracht en met het zegelstempel of zegelring vastgedrukt, al dan niet onder een stukje ruitvormig papier of ouwel.
  • De zegelstaarten werden ook gebruikt om aan een of meer bestaande charters een nieuw charter te bevestigen door de nieuwe zegelstaart voor de aanhechting van het zegel door de bestaande zegelstaarten te steken. Dit is transfigeren. Het of de bestaande charters fungeert of fungeren als retroactum of retroacta bij het nieuwe charter.
  • Zegels, speciaal lakzegels, werden niet alleen als bekrachtigingsmiddel gebruikt, maar ook als middel om een brief te sluiten en ter herkenning. In deze betekenis spelen zij geen rol in de archivistiek.


Gerelateerde termen
* Akte, Zegelstaart, Bulla, Charter, Transfigeren, Retroactum
Referentie
* ANV, lemma 25.

Internationale terminologie[bewerken]

Relatie(s)[bewerken]

Verwijzing(en)[bewerken]

Illustratie(s)[bewerken]

Oude terminologie[bewerken]


Omschrijving[bewerken]

Zegel of sigillum

Een zegel is een door middel van een stempelafdruk gemaakt waarborg voor de echtheid van charters en voor het sluiten van brieven. Het zegel is een kenteken van de zegeldrager, die door de afbeelding van het zegel kan worden geïdentificeerd. Met de term zegel wordt zowel de te stempelen afbeelding, als het van een afdruk voorziene materiaal aangeduid. In de meeste gevallen werden zegels vervaardigd van was in verschillende groottes en vormen en met zeer uiteenlopende afbeeldingen.


Archiefterminologie[bewerken]

Archiefterminologie voor Nederland en Vlaanderen (2003)[bewerken]

Een zegel is een

Hoeveelheid was, metaal of lak waarin met behulp van een stempel of ander hulpmiddel een afbeelding of tekst is aangebracht en welke ter bekrachtiging van een akte daarop of daaraan is bevestigd door de opsteller en andere betrokkenen

Toelichting:

  • Het zegel werd meestal vervaardigd door een stukje was of zacht materiaal op een matrijs te leggen, en dit met een stempel in de juiste vorm te persen. Maar wanneer het zegel rechtstreeks op een akte wordt aangebracht, bijvoorbeeld op een Duitse koningsoorkonde, en later bij gebruik van een zegelring had een matrijs geen functie.
  • Het bevestigen van een uithangend waszegel geschiedde meestal door de onderrand van het perkament dubbel te vouwen en in te snijden, daar een strookje perkament door te steken, de zegelstaart, deze naar beneden dubbel te vouwen en in de natte was tussen matrijs en zegelstempel te drukken. Bij een metalen zegel of bulla gebruikte men daarvoor een zijden streng of henneptouwtje, dat op overeenkomstige wijze in het metaal werd geklemd. Zegels werden ook rechtstreeks op de akte aangebracht en met het zegelstempel of zegelring vastgedrukt, al dan niet onder een stukje ruitvormig papier of ouwel.
  • De zegelstaarten werden ook gebruikt om aan een of meer bestaande charters een nieuw charter te bevestigen door de nieuwe zegelstaart voor de aanhechting van het zegel door de bestaande zegelstaarten te steken. Dit is transfigeren. Het of de bestaande charters fungeert of fungeren als retroactum of retroacta bij het nieuwe charter.
  • Zegels, speciaal lakzegels, werden niet alleen als bekrachtigingsmiddel gebruikt, maar ook als middel om een brief te sluiten en ter herkenning. In deze betekenis spelen zij geen rol in de archivistiek.

Bron


Handleiding voor het ordenen en beschrijven van archieven (1898)[bewerken]

Bij zegels onderscheide men tusschen uithangende, opgedrukte en geteekende zegels. Alleen als een zegel is opgedrukt of geteekend, dient dit te worden vermeld.

Toelichting

  • Gedurende de geheele middeleeuwen en nog lang daarna was het gebruikelijk stukken te zegelen, ten bewijze dat zij werkelijk waren uitgegaan van de personen, die als zoodanig in het stuk voorkomen; het zegel vervulde de rol, die thans de handteekening vervult. Meestal werden de zegels gedrukt op een door het oorspronkelijk stuk gestoken perkamenten staart of koord. Vooral bij op perkament geschrevene stukken was deze wijze van aanhechting van het zegel bijna uitsluitend in gebruik. Naarmate het papier meer in gebruik kwam, ontstond de gewoonte de zegels op het papier zelf onder het stuk en naast de onderteekening te drukken; om beschadiging van het zegel tegen te gaan, werd het dan soms door eene papieren ruit bedekt. Dat gebruik strekt zich ook soms uit tot op perkament geschrevene stukken.
  • Notarissen eindelijk bedienden zich in den regel van geteekende zegels. In den technischen zin van het woord zijn dit geene zegels, maar handmerken. De notaris zelf spreekt in de akten van zijn signum of signature, niet van zijn sigillum. [Incidenteel kunnen] wel uithangende notariëele zegels voorkomen. In het archief der stad Reimerswaal (reg. 268) in het Rijksarchief in Zeeland berust een charter d.d. 1565 met een dergelijk zegel. Diergelijke zegels werden zoowel op perkament als op papier aangebracht.
  • Intusschen de groote meerderheid der stukken heeft te allen tijde een uithangend zegel gevoerd. Daarom is in de bovenstaande paragraaf bepaald, dat het overbodig is op te geven, als een zegel uithangt of heeft uitgehangen. Zoo niets naders omtrent het zegel wordt opgegeven, wordt daarmede te kennen gegeven, dat het een uithangend zegel is. Is een zegel daarentegen opgedrukt of geteekend, dan moet dit uitdrukkelijk worden te kennen gegeven.
  • Zegels behoeven alleen te worden vermeld, zoo zij uitsluitend of in de eerste plaats als herkennings- of als bevestigingsmiddel zijn gebezigd. Bij brieven, waarbij zij in de eerste plaats worden gebruikt om den brief te sluiten en te beletten, dat hij door een ander dan den geadresseerde wordt geopend, is de vermelding van het zegel overbodig. Bij transfixen dient het zegel in hoofdzaak tot herkenning van dengeen, van wien het transfix uitgaat, al werkt het tevens mede om het transfix met het oorspronkelijke stuk te verbinden. Daar vermelde men dus wel de zegels.
  • Eene beschrijving der zegels en eene onderscheiding volgens hunne gedaante of hun type behoort in een inventaris of eene regestenlijst niet thuis; wel daarentegen moet de aard van het zegel worden vermeld, zoo het betrokken college of de betrokkene ambtenaar meer zegels heeft gebruikt, b.v. het zegel ten zaken (ad causas) eener stad, naast het zegel van verbande (ad contractus). In zulk een geval wordt in den regel in het stuk zelf gezegd, welk zegel is gebruikt. Zoo heeft Karel V, toen hij al koning van Spanje was, toch een tijd lang nog zijn prinsenzegel gebruikt; ook daarop wordt in de akten zelf gewezen.
  • De meeste zegels zijn van was of lak vervaardigd, dit behoeft dan ook niet te worden vermeld; pausen en concilies bedienden zich echter van looden zegels, en dat teekene men aan. Bij van was vervaardigde zegels vermelde men ook de kleur, die met den rang van den zegelaar kan samenhangen.

Bron


Relaties[bewerken]

Externe verwijzingen[bewerken]

Voorbeeld[bewerken]